Memoires van een jong veulen
Het begon allemaal heel onschuldig.
En zoals wel vaker wanneer iets tussen Marco en Angélique heel onschuldig begint, had dat achteraf beschouwd een waarschuwing moeten zijn.
Marco kwam thuis met goed nieuws.
Niet zomaar goed nieuws.
Medisch goed nieuws.
Het soort nieuws waarbij een mens spontaan rechter gaat lopen, dieper ademhaalt en gedurende minstens drie kwartier overtuigd is dat hij eigenlijk uitstekend geconserveerd is.
“Gisteren hebben ze mijn hart en bloedstroom onderzocht,” vertelde hij.
Angélique keek op.
“En?”
Marco probeerde bescheiden te blijven.
Dat mislukte.
“Volgens hen klopt alles als bij een jong veulen.”
Stilte.
Angélique keek hem aan.
Nog eens.
Van boven naar beneden.
“Een jong… wat?”
“Veulen.”
Er verscheen iets in haar ogen wat Marco inmiddels had leren herkennen.
Gevaar.
“Angélique…”
Te vaak.
Ze sloeg denkbeeldig een been over zijn rug.
“JU, PAARDJE!”
“Seg!”
“Vooruit! Laat dat cardiovasculaire wonder eens werken!”
“Mijn hart is onderzocht. Niet mijn rug.”
Angélique hield zich stevig vast.
“Niet zeuren. De dokter heeft u vrijgegeven.”
“Dat heeft die mens helemaal niet gezegd!”
“Details.”
Marco probeerde haar van zijn denkbeeldige rug te krijgen.
Kansloos.
Angélique zat inmiddels volledig in haar rol.
“Richting Napoli!”
“We hebben een Alfa!”
“Nee. Ik heb hier een jong veulen met een uitstekende bloedstroom. Ge denkt toch niet dat ik nu benzine ga verspillen?”
Marco keek haar aan.
Er waren momenten waarop hij zich afvroeg waarom hij haar ooit iets vertelde.
Dit was er zo één.
Een botmeting
De volgende ochtend volgde onderzoek nummer twee.
Een botmeting.
Tien jaar eerder, in 2016, was dezelfde meting uitgevoerd. De resultaten werden naast elkaar gelegd.
Geen achteruitgang.
Geen verslechtering.
Ex aequo.
De boodschap van de arts was duidelijk:
“Jij doet het goed, Marco. Blijf gezond eten, voldoende bewegen en vergeet vooral je dagelijkse vitamine D niet. Dat helpt je botten sterk te houden.”
Marco verliet het ziekenhuis zichtbaar opgelucht.
Eindelijk.
Een ernstig onderwerp.
Een degelijk onderzoek.
Een volwassen medische conclusie.
Hier kon zelfs Angélique onmogelijk iets belachelijks van maken.
Hij had beter moeten weten.
“En?” vroeg ze.
“Alles stabiel.”
“Mooi.”
“Geen verslechtering sinds 2016.”
“Fantastisch.”
“Mijn botten zijn dus nog altijd sterk.”
Angélique zweeg.
Marco kneep zijn ogen samen.
“Waarom kijkt ge zo?”
“Ik kijk helemaal niet.”
“Jawel.”
“Hoe kijk ik dan?”
“Alsof er iets in uw hoofd gebeurt.”
Dat ontkennen had weinig zin.
Er gebeurde inderdaad iets.
Veel zelfs.
Hart: jong veulen.
Bloedstroom: jong veulen.
Botten: stevig.
Vitamine D: dagelijks.
Angélique begon langzaam te glimlachen.
“Marco?”
“Nee.”
“Ik heb nog niets gezegd.”
“Maar ge gaat iets zeggen.”
“Misschien.”
“Niet doen.”
Ze kwam iets dichterbij.
“Dus als ik het goed begrijp…”
Marco sloot zijn ogen.
Daar gingen we.
“…hebben we hier een exemplaar met een stevig skelet, gezonde voeding, voldoende beweging én de motor van een jong veulen?”
“Angélique.”
“Ja?”
“Ik ben geen tweedehandswagen.”
“Dat weet ik.”
“Waarom kijkt ge dan alsof ge mijn keuringsbewijs gaat invullen?”
Ze trok denkbeeldig een formulier naar zich toe.
“Naam?”
“Stop.”
“Marco.”
“Angélique…”
“Bouwjaar?”
“Niet relevant.”
“Akkoord. Schrappen we.”
Ze schreef verder.
ONDERSTEL: in orde.
MOTOR: jong veulen.
BRANDSTOF: gezonde voeding.
ADDITIEF: vitamine D.
Marco keek mee.
“Zijt ge klaar?”
“Bijna.”
Nog één regel.
GEDRAG OP DE OPENBARE WEG: ONVOORSPELBAAR.
Marco barstte in lachen uit.
“Gij zijt niet te schatten.”
Angélique legde haar denkbeeldige pen neer.
“Voorzichtig.”
“Waarmee?”
“Uw botten.”
Hij keek haar aan.
Toen kwam het.
Onvermijdelijk.
Recht uit Antwerpen.
“Amai mijn botten, gij zijt niet te schatten!”
En daarmee was een nieuwe uitdrukking geboren.
Het had daar kunnen eindigen.
Sterker nog: bij verstandige mensen zou het daar geëindigd zijn.
Maar Marco en Angélique waren inmiddels ergens onderweg een afslag voorbijgereden waar een groot bord had gestaan:
NORMALE CONVERSATIE — RECHTDOOR.
Geen van beiden had het gezien.
Marco dacht terug aan het veulen.
Aan Angélique die op zijn rug wilde springen.
En maakte de fout die alles definitief deed ontsporen.
“Stoppen, schattebolleke… waarom?”
Angélique keek hem wantrouwig aan.
Marco grijnsde.
“Ik kan toch ook op jouw rug springen.”
"O nee."
“Ju paardje…”
"O nee nee."
“…ju, mijn bronstige hengst!”
Angélique keek hem enkele seconden zwijgend aan.
Ergens in de verte hinnikte vermoedelijk een paard uit plaatsvervangende schaamte.
“Vooruit dan.”
“Waarheen?”
Ze wees naar de horizon.
“Napoli.”
Marco kreunde.
“We hebben écht een Alfa Romeo.”
“Niet meer.”
“Waarom niet?”
“Bezuinigingen.”
“Op wat?”
“Benzine.”
“En ik dan?”
Angélique tikte hem liefdevol tegen zijn flank.
“Gij krijgt vitamine D.”
En zo gebeurde het dat twee perfect geruststellende medische onderzoeken, een gezonde bloedstroom en een stabiele botmeting uiteindelijk resulteerden in een denkbeeldige tocht naar Napels met Angélique te paard op Marco.
De medische wetenschap had daar vermoedelijk niet op gerekend.
Marco ook niet.
Maar één ding stond inmiddels onomstotelijk vast:
Het hart functioneerde uitstekend.
De botten konden tegen een stootje.
En met de lachspieren…
was al helemaal niks mis.
When Nonsense Begins…!
Waar één normale zin doorgaans ruimschoots voldoende is om alles te laten ontsporen.