Seg dingske, moette nu eens wa wete?

When Nonsense Begins…!

Hoe een boek zonder einde langzaam een eigen leven begon te leiden

Het begon tussen de rekken van Delhaize.

Niet bepaald de plaats waar grote literaire bewegingen doorgaans ontstaan.

Geen mahoniehouten bibliotheek.

Geen schrijver achter een bureau met een glas whisky en een existentiële blik.

Gewoon Marco.

Ergens tussen groenten, yoghurt, wijn en mensen die zich probeerden te herinneren waarvoor ze eigenlijk gekomen waren.

Hij kwam er een dame tegen die hij met enige regelmaat zag.

Zoals dat gaat bij mensen die elkaar vaker tegenkomen zonder werkelijk deel uit te maken van elkaars leven, was er ooit een knikje geweest.

Daarna een glimlach.

Later een “goeiedag”.

En uiteindelijk gebeurde het onvermijdelijke.

Ze begonnen te praten.

Waarover precies wist Marco achteraf niet eens meer.

Maar ergens tussen het ene onderwerp en het andere viel de naam:

When Imagine Begins.

“Wat is dat?”

Marco had een antwoord kunnen geven dat iedere normale websitebeheerder zou geven.

Een website met verhalen.

Vier woorden.

Duidelijk.

Efficiënt.

Volstrekt ongeschikt voor Marco.

Dus vertelde hij.

Over een boek dat geen laatste bladzijde had.

Over verhalen die ontstonden uit reizen, gesprekken, toevalligheden en complete onzin.

Over een zeiljacht.

Napels.

Salerno.

Monica.

En natuurlijk Angélique.

De dame luisterde.

Af en toe verscheen er een glimlach.

Dan een frons.

Dan opnieuw een glimlach.

Marco vertelde verder.

En toen gingen ze ieder met hun boodschappen hun eigen kant op.

Voor Marco was daarmee de zaak afgehandeld.

Voor haar blijkbaar niet.

Twee vrouwen fluisteren samenzweerderig in een Delhaize-supermarkt dat Angélique slechts een fabeltje is, terwijl de roodharige Angélique nietsvermoedend voorbijwandelt.

Een paar dagen later zag ze hem opnieuw.

Ditmaal kwam de glimlach al van ver.

"Marco!"...

Hij keek op.

Dat klonk enthousiast.

Altijd prettig wanneer iemand zichtbaar blij is u terug te zien.

Hij zette zich alvast mentaal schrap voor een hartelijke begroeting.

"Moet je nu eens weten,” zei ze. “Dat heeft mij een heel weekend beziggehouden.”

Marco keek haar aan.

“Ja, wat wil je weten?”

“Dat boek van jou.”

Hij glimlachte.

Kijk.

Dát doet een mens echt deugd.

“Ja! Ik heb er goesting in gekregen om dat te volgen. Kan dat ergens?”

En op dat ogenblik begreep Marco dat haar enthousiasme misschien niet uitsluitend veroorzaakt werd door zijn onweerstaanbare aanwezigheid tussen de koelrekken.

Hijzelf was blijkbaar vooral de toegangspoort tot het vervolg.

“Ah,” zei hij.

“Wat?”

“Niets.”

Zij wilde de verhalen.

Geen Marco.

Nou ja.

Marco mocht er vermoedelijk ook bij.

Als technische ondersteuning.

Hij vertelde haar over de website.

Over Blijf meevaren.

Over hoe ze een seintje kon krijgen wanneer er iets nieuws verscheen.

Ze was tevreden.

Marco eveneens.

Wat geen van beiden op dat moment kon weten, was dat daarmee mogelijk een veel gevaarlijker mechanisme in werking was gezet.

Mond-tot-mondreclame.

Of, zoals men dat in Vlaanderen al eeuwen efficiënter organiseert:

Het roddelen, kwebbelen of Laméren.

Stel u voor.

Zaterdagnamiddag.

Koffie.

Twee vriendinnen.

Een koekje dat al drie minuten onaangeroerd naast een schoteltje ligt omdat één van beiden iets veel interessanters te vertellen heeft.

“Seg dingske… moette nu eens wa wete?”

“Wat?”

“’k Heb iets ontdekt.”

“Wat dan?”

“Een fantastisch boek.”

“Ah ja? Welk?”

“When… Imagine…”

Ze kneep haar ogen samen.

“Begins. When Imagine Begins.”

“Van wie?”

“Van Marco.”

“Welke Marco?”

“Dieje van Delhaize.”

“Ah.”

Stilte

“Ken ik niet.”

“Ge moet hem ook niet kennen. Ge moet dat lezen.”

“Waarover gaat het?”

Dat was vraag één.

En precies daar ging het mis.

Want probeer When Imagine Begins maar eens in één zin uit te leggen.

“Wel… hij vaart.”

“Wie?”

“Marco.”

“Met een boot?”

“Een zeiljacht.”

“Aha.”

“Met Angélique.”

“Wie is Angélique?”

“Een roodharige.”

“Zijn vrouw?”

“Nee.”

“Zijn vriendin?”

“Euh…”

“Zijn minnares?”

“Dat heb ik niet gezegd.”

“Wat dan?”

“Angélique.”

Dat hielp niet.

“En wat doen die twee?”

“Van alles. Ze varen. Ze gaan naar Italië. Ze dansen tango. Ze praten over het leven.”

“Op die boot?”

“Niet altijd.”

“Waar dan?”

“Salerno. Napels. Zo van die plaatsen.”

“En die roodharige is altijd mee?”

“Volgens mij wel.”

De andere vrouw nam eindelijk haar koekje.

Interessant.

Een fantasierijke collage van Marco's rode Alfa Romeo, een luxueus zeiljacht en avonturen langs de Italiaanse kust. De beelden spelen met de roddels over zijn ongeloofwaardige reizen en de grens tussen fantasie en werkelijkheid.

Twee dagen later.

Andere keuken.

Andere koffie.

Zelfde verhaal.

Alleen was het inmiddels een beetje gegroeid.

“Hebde gij al gehoord van die Marco?”

“Welke Marco?”

“Die met dat jacht.”

“Wat is daarmee?”

“Die vaart heel Italië rond met een roodharige.”

“Serieus?”

“Ja. En zijn dochter is net terug uit Cuba.”

“Woont die ook op dat jacht?”

“Ik denk het.”

“Met die roodharige?”

“Ja.”

“En haar vader?”

“Ook.”

“Allez.”

“En ze rijden met een Alfa Romeo.”

“Op dat jacht?”

“Nee gij kieken, in Napels.”

“Ah ...wat stom van mij.”

Logisch.

Een vrolijke jonge vrouw met donkere krullen danst uitbundig salsa in een kleurrijke Cubaanse straat. Muzikanten begeleiden haar terwijl omstanders genieten van het ritme en de levendige sfeer.

Nog een paar dagen later had het verhaal opnieuw een subtiele evolutie ondergaan.

Marco bezat inmiddels vermoedelijk een luxezeiljacht.

Angélique was met zekerheid roodharig, elegant en mysterieus.

Monica had zes maanden in Cuba gewoond en was volgens één bron “iets met salsa” gaan doen.

Er was een Alfa Romeo.

Er werd tango gedanst.

Ze verbleven in dure hotels.

Er werd filosofie bedreven tijdens het ontbijt.

En er waren geruchten over een gele vogel.

Dat laatste veroorzaakte enige verwarring.

“Een kanarie?”

“Ik denk het.”

“Op die boot?”

“Ja.”

“Waarom?”

“Dat weet ik toch niet.”

“Van wie is die?”

“Van Angélique, denk ik.”

Tweety had promotie gemaakt.

Van occasionele gele stoorzender tot officieel huisdier van een roodharige vrouw die volgens de laatste versie permanent op een zeiljacht voor de Amalfikust woonde.

Hij wist zelf van niets.

Marco ging ondertussen gewoon verder met zijn leven.

Hij schreef.

Hij fotografeerde.

Hij deed boodschappen.

Hij ging naar de kapper.

Dat laatste bleek eveneens gevaarlijk.

“Hoi, met Nathalie. Wat kan ik voor u betekenen?”

“Ooh Nathalie… wil jij mij knippen?”

Een fractie stilte.

“Ja— nee— ja, mijn haar hé!”

Het leven hoefde werkelijk niet geholpen te worden.

Bij de kapper vertelde hij Mario vervolgens over een wagen die aan drie opeenvolgende verkeerslichten achter hem was blijven rijden.

Marco parkeerde.

De andere wagen eveneens.

De deur ging open.

En daar verscheen een roodharige vrouw om u tegen te zeggen.

Ze stapte op hem af.

Keek hem aan.

En vroeg doodleuk:

“Wanneer begint die verbeelding eigenlijk?”

Mario gierde het uit.

De zaak kreeg gratis amusement.

En nadat hij weer enigszins adem kon halen, kwam de onvermijdelijke vraag: “Hoe heet die website eigenlijk?”

Marco vertelde het hem.

Weer één die mee vaart!

Zo begon When Imagine Begins langzaam een merkwaardig dubbelleven te leiden.

Er was de echte website.

Daar stonden de verhalen zoals ze geschreven waren.

En daarnaast ontstond ergens een tweede versie.

Een versie zonder redactie.

Zonder eindcontrole.

Zonder enige garantie op feitelijke juistheid.

De Vlaamse mondelinge editie.

Gratis verkrijgbaar bij Delhaize, de kapper, op straat en vermoedelijk binnenkort bij de bakker.

Iedere verteller voegde niets toe.

Uiteraard niet.

Men vertelde alleen wat men had gehoord.

Bijna exact.

Min of meer.

Met hier en daar een detail.

Voor de duidelijkheid.

En toen gebeurde het.

Marco stond opnieuw in Delhaize.

Winkelmandje rollend in de hand.

Hij had nog maar drie dingen nodig.

Wat in Marco-termen betekende dat hij vermoedelijk met elf dingen buiten zou komen.

Aan het einde van een rek keek een vrouw hem aan.

Niet de dame van eerder.

Een andere.

Ze aarzelde.

Keek opnieuw.

“Excuseer…”

Marco stopte.

“Ja mevrouw?”

“Bent u Marco?”

Nu zijn er weinig vragen die tegelijkertijd zo eenvoudig en zo verontrustend kunnen zijn.

“Ja.”

Haar gezicht klaarde op.

“Ik dacht het!”

Marco glimlachte voorzichtig.

“Hoezo, verklaar nader?”

“Van die verhalen.”

"Aha ...welke verhalen dan wel?"

“Iemand heeft mij daarover verteld.”

Natuurlijk...!

“En ik ben eens gaan kijken.”

“Gaan kijken.”

“Heel bijzonder.”

“Dank u.”

Ze wilde verderlopen.

Draaide zich om.

Stopte.

Er zat duidelijk nog iets.

“Mag ik u eigenlijk iets vragen?”

Marco herkende die zin.

Zinnen die zo begonnen, eindigden zelden met een vraag over de openingsuren.

“Zeker.”

De vrouw kwam iets dichterbij.

Alsof hetgeen nu volgde niet voor de diepvriesgroenten bestemd was.

“Die Angélique…”

Marco keek haar aan.

“Ja?”

Ze aarzelde.

“Bestaat die nu eigenlijk écht?”

Daar was hij dan.

De vraag waarvan Marco altijd geweten had dat iemand ze ooit zou stellen.

Hij keek naar zijn winkelmandje.

Naar de vrouw.

Naar het rek naast hem.

En ergens, heel even, hoorde hij in gedachten een bekende stem.

Voorzichtig, Marco.

Hij glimlachte.

“Mevrouw…”

Ze wachtte.

“…als ik u dat vertel, is de verbeelding toch gedaan?”

De vrouw keek hem enkele seconden aan.

Toen begon ze te lachen.

“Gij zijt nen ambetanterik.”

“Dat wordt mij nog verteld.”

Ze liep verder.

Na een paar passen draaide ze zich nog één keer om.

“Maar ik ga wel blijven lezen!”

Marco hief zijn hand.

“Dan heb ik juist geantwoord.”

Een elegante roodharige vrouw in een lichte, gebloemde zomerjurk staat met gekruiste armen en een uitdagende blik tegen een oude houten poort, in een zonovergoten Italiaanse tuin.

Later vertelde hij het aan Angélique.

Ze luisterde aandachtig.

Tot hij bij de vraag kwam.

“Besta jij nu eigenlijk écht?”

Angélique trok langzaam één wenkbrauw op.

“En?”

“En wat?”

“Wat heb je geantwoord?”

Marco vertelde het haar.

Ze zweeg even.

“Niet slecht.”

“Niet slecht?”

“Voor een man die bij Delhaize onder druk werd gezet.”

Marco keek haar aan.

“Wat had jij dan geantwoord?”

Angélique nam rustig haar koffie.

“Veel eenvoudiger.”

“Namelijk?”

Ze keek hem recht aan.

“Echt genoeg om over te roddelen.”

Marco barstte in lachen uit.

En ergens, vermoedelijk niet eens zo ver daarvandaan, boog iemand zich op datzelfde moment naar een vriendin.

“Seg dingske…”

De vriendin keek op.

“…moette nu eens wa wete?”

 

En het roddelen over When Imagine Begins begon opnieuw.