De avond en de morgen
Onze eerste dag aan de Amalfikust eindigt met de zon die langzaam achter Capri verdwijnt.
Maar wanneer even later de kaarsen op tafel worden aangestoken, lijkt de avond pas echt te beginnen.
Op het terras van Hotel Pellegrino hangt nog de warmte van de dag. Ergens diep beneden horen we het ritmische geluid van de zee tegen de rotsen. Voor ons staat een schaal dampende pasta, fris geparfumeerd met lokale citroen, daarnaast twee glazen gekoelde witte wijn.
Vanavond hebben we geen behoefte aan grote gesprekken.
"Dus" zegt Angélique terwijl ze haar glas optilt, "wie rijdt er morgen?”
Ik kijk haar aan.
“Dat hebben we toch afgesproken?”
“Hebben wij dat afgesproken?”
Die blik.
Ik ken hem inmiddels.
“Marco rijdt.”
“Voorlopig,” antwoordt ze.
Haar glas tikt zacht tegen het mijne.
Meer is er eigenlijk niet nodig.
Een plagende opmerking. Een blik die een fractie langer blijft hangen dan noodzakelijk. Haar hand die ergens tussen hoofdgerecht en dessert de mijne vindt en daar gewoon blijft liggen.
Langzaam verdwijnen de lichtjes van de laatste boten in de duisternis.
En bijna ongemerkt ook het laatste beetje afstand tussen ons.
Het eerste wat ik de volgende ochtend hoor, is stromend water.
Ik open mijn ogen.
Door een kier tussen de gordijnen valt een smalle strook ochtendlicht de kamer binnen. Vanuit de badkamer klinkt het zachte ruisen van de douche.
“Angélique?”
Geen antwoord.
“Volgens mij ruik ik koffie.”
Even stilte.
Dan haar lach achter de badkamerdeur.
“Marco… jij ruikt koffie vanaf drie kilometer afstand.”
“Een gave.”
“Nee. Een verslaving.”
Ik glimlach en laat mijn hoofd nog even in het kussen zakken.
Geen wekker. Geen planning. Nergens hoeven zijn.
Alleen het geluid van water, de eerste zon en ergens beneden een hotel dat langzaam wakker wordt.
Wanneer we wat later in onze badjassen het terras oplopen, staat het ontbijt al klaar.
De Tyrreense Zee schittert in het ochtendlicht. De bergen verdwijnen in verschillende tinten blauw aan de horizon en vanuit de tuin komt de geur van citroenbloesem aangewaaid.
Ik schuif een caffè latte naar Angélique.
Ze legt beide handen rond de warme kop en kijkt zwijgend naar zee.
Een tijdje zegt geen van ons iets.
“Grappig,” zegt ze uiteindelijk.
“Gisteren waren we voortdurend onderweg.”
Ik wacht.
“En toch heb ik nergens het gevoel gehad dat we haast hadden.”
Ik kijk naar de kust beneden ons.
“Misschien omdat we nergens moesten aankomen.”
Ze draait haar hoofd naar me toe.
“Slow.”
Ik glimlach.
“Slow?”
"Gewoon… vertragen. Niet van het ene mooie ding naar het volgende rennen omdat iemand heeft geschreven dat je het gezien móét hebben.”
“Zoals gisterenavond?”
“Zoals nu.”
Ze sluit even haar ogen wanneer de zon haar gezicht raakt.
Ik blijf naar haar kijken.
“En dát,” zeg ik, “is dan Glow.”
Eén oog gaat weer open.
“Pardon?”
Ik wijs naar haar.
“Dat.”
"Marco…”
“Niet bewegen.”
Ze begint te lachen.
“Je bent onmogelijk.”
“En jij verpest mijn theorie.”
Ze schudt haar hoofd, neemt een slok en kijkt opnieuw naar zee.
Ik laat het moment gaan.
Of misschien juist niet.
Want ineens begrijp ik wat me sinds gisteren zo bevalt aan deze reis.
We hebben niets geprobeerd vast te houden.
Het zeilen werd rijden.
De weg werd een zonsondergang.
De zonsondergang een diner.
De avond werd ochtend.
Niets voelde gepland.
En toch leek alles precies op het juiste moment te gebeuren.
“Flow,” zeg ik.
Angélique kijkt weer naar me.
Deze keer zegt ze niets.
Ze legt alleen haar hand op de mijne en knijpt zachtjes.
“Slow, Glow & Flow,” mompelt ze na een tijdje.
Dan verschijnt die glimlach.
"Dat klinkt verdacht veel als een levensfilosofie, Marco.”
“Of als een uitstekend excuus om vandaag helemaal niets te plannen.”
“Daar kan ik mee leven.”
Ik kijk naar haar.
Het ochtendlicht valt zacht over haar gezicht. Een paar losse lokken hebben zich uit haar nog haastig opgestoken haar bevrijd. Ze heeft haar aandacht alweer bij de zee.
En plots ligt daar dat ogenblik.
Niet gemaakt.
Niet geregisseerd.
Gewoon aanwezig.
Ik pak de camera die naast me op tafel ligt.
“Angélique…”
Ze draait zich om.
Klik.
Ze kijkt me aan.
“Heb je nu serieus een foto gemaakt?”
Ik bekijk het schermpje en glimlach.
“Ja.”
“Laat zien.”
“Nee.”
Haar wenkbrauw gaat omhoog.
“Waarom niet?”
Ik leg de camera weer neer.
“Omdat je dan straks bewust zo gaat kijken.”
Ze blijft me een paar tellen aankijken.
Dan verschijnt opnieuw die glimlach.
“Misschien heb jij gewoon een mooie manier van kijken, Marco.”
En deze keer laat ik mijn camera liggen.
Niet creëren wat mooi moet worden, maar herkennen wanneer iets mooi ís.
Niet creëren wat mooi moet worden, maar herkennen wanneer iets mooi ís.
Misschien is dat fotografie.
Misschien is het Slow, Glow & Flow.
En misschien…
is het nog iets anders.
Wordt vervolgd...
❤️