Een redelijk stukje omhoog

Minori ligt onder ons wanneer het pad opnieuw begint te stijgen.

We hebben inmiddels genoeg citroenen gezien om te begrijpen waarom ze hier over geel goud spreken. Onze benen hebben bovendien genoeg stenen treden gezien om een iets minder poëtische mening over de Amalfikust te ontwikkelen.

Dan verschijnt de volgende klim.

Angélique blijft staan.

Ze kijkt naar de treden.

Dan naar mij.

Weer naar de treden.

"Marco?”

Ik ken die toon inmiddels.

“Ja, zoetje?”

“Hoe ver is het nog naar Ravello?”

Ik kijk omhoog.

“Een redelijk stukje.”

Ze trekt haar zonnebril iets naar beneden.

“Definieer redelijk, Marco.”

“Wel… redelijk.”

“En stukje?”

“Ook redelijk.”

Ze knikt langzaam.

Dat is geen goed teken.

Een paar minuten later stopt naast ons een kleine witte taxi.

Angélique kijkt naar de taxi.

Naar mij.

Naar de trap.

Weer naar de taxi.

“Nee.”

“Wat nee?”

“Denk jij nu dat ik die taxi neem.”

“Dat dacht ik helemaal niet.”

“Je gezicht wel.”

Zij probeerde haar gezicht een andere uitdrukking te geven.

 

Te laat.

De chauffeur draait zijn raampje naar beneden.

“Ravello?”

 

Ik kijk naar Angélique.

Ze glimlacht.

En precies daar gebeurt iets wat ik niet had verwacht.

“Kom.”

“Wat?”

“Instappen.”

Ik kijk naar de trap die zich tussen de citroenbomen omhoog slingert.

“Maar ik wilde—”

“Ik weet wat jij wilde, Wandelbeul.”

Ze opent het portier.

“Vandaag hebben we al genoeg bewezen dat onze benen werken.”

“Maar het uitzicht onderweg…”

Angélique buigt zich iets naar me toe.

“Marco, weet je wat óók een mooi uitzicht is?”

“Wat?”

“Jij naast mij in een taxi.”

Tja.

Tegen zulke argumenten blijkt mijn sportieve karakter verrassend weinig weerstand te hebben.

Een roodharige vrouw zwaait vanuit een witte taxi naar een wandelaar die het Citroenenpad beklimt, met Minori en de zee op de achtergrond.

De taxi klimt waar wij daarnet nog liepen.

Door het open raam komt warme lucht naar binnen. Citroenbomen verdwijnen achter ons, huizen duiken op tegen hellingen waarvan je je afvraagt wie ooit heeft besloten dat dáár een dorp moest komen.

Af en toe zie ik tussen de bomen het wandelpad terug.

Ik wijs.

“Daar hadden we gelopen.”

“Inderdaad.”

“Mooi pad.”

“Prachtig.”

Stilte.

“Beetje jammer eigenlijk.”

Angélique draait haar hoofd naar me toe.

“Marco?”

“Ja?”

"Wil je uitstappen?”

“Nee.”

“Mooi.”

Ze legt haar hand even op mijn knie.

“Dan zijn we het eens.”

En daar is Flow weer.

Niet omdat alles loopt zoals gepland.

Juist omdat het plan zonder enige moeite plaatsmaakt voor iets anders.

Wanneer we Ravello bereiken, lijkt de wereld opnieuw veranderd.

Geen pad meer onder citroenbomen. Geen eindeloze stenen treden. Een terras, bloemen, oude muren en daarachter de kust die zich diep beneden ons uitstrekt.

We vinden een tafel met uitzicht.

Of beter gezegd: Angélique vindt een tafel met uitzicht.

Nog voordat ik goed en wel zit, verschijnt er een glas koud water met citroen.

Ze schuift het naar me toe.

“Voor jou.”

“Waarom?”

“Je ziet eruit alsof je een redelijk stukje hebt gewandeld.”

Ik kijk haar aan.

Ze probeert ernstig te blijven.

Het lukt ongeveer drie seconden.

“Jij bent onmogelijk.”

“En toch ben je ingestapt.”

Touché.

Een elegante roodharige vrouw geniet van een koel drankje op een bloemrijk terras in Ravello, met uitzicht op de bergen en de zee.

Even later staat onze lunch op tafel.

Burrata. Rijpe tomaten. Rucola. Pijnboompitten. Warm brood. Olijfolie.

Precies dat soort eten waarbij niemand de behoefte voelt om er ingewikkeld over te doen.

Angélique breekt een stuk brood af en doopt het in de olie.

Ik kijk naar het flesje.

Dan naar haar.

Ze merkt het onmiddellijk.

“Nee.”

“Ik zei niets.”

“Je dacht iets.”

“Dat kun jij helemaal niet weten.”

Een verliefd koppel geniet van een Italiaanse lunch met burrata, tomaten en olijfolie op een zonnig terras in Ravello.

"Na vandaag wel.”

Ze schuift de olijfolie demonstratief naar haar kant van de tafel.

“Deze is voor het brood.”

“Uiteraard.”

“Marco?”

“Ja?”

“Vanavond bespreken we de andere toepassingen.”

Ik neem wijselijk een hap burrata.

Sommige gesprekken verdienen geen onmiddellijke voortzetting. 😇

We blijven langer zitten dan gepland.

Niet omdat we moe zijn — al zouden onze benen daarover wellicht anders getuigen — maar omdat Ravello daar weinig reden toe geeft.

Beneden ligt de zee. In de verte verdwijnen de bergen langzaam in blauw. Mensen komen en gaan over het plein, glazen klinken ergens achter ons en vanuit een open deur ontsnapt de geur van koffie.

Gisterenavond was Slow bijna volledige stilte.

Vandaag is Glow iets anders geworden.

Zon op onze huid. Citroenen boven ons hoofd. Vermoeide benen. Lachen om niets. Een taxi nemen wanneer wandelen ineens minder belangrijk blijkt dan samen verdergaan.

En Flow?

Misschien is dat gewoon kunnen zeggen: we hadden iets anders gepland.

En vervolgens ontdekken dat dit óók goed is.

Angélique kijkt naar me over haar zonnebril.

“Waar denk je aan?”

“Aan de wandeling.”

“Spijt van de taxi?”

Ik kijk naar haar, naar onze lege borden en vervolgens naar de straatjes van Ravello die verderop tussen de huizen verdwijnen.

“Nee.”

“Mooi.”

Ze staat op en steekt haar hand naar me uit.

“Kom.”

“Waarheen?”

“Geen idee.”

Ik pak haar hand.

Dat klinkt eigenlijk als een uitstekend plan.

Een steile stenen trap slingert tussen eeuwenoude huizen en smalle steegjes in een sfeervol Italiaans bergdorp.