We slenteren nog een tijdje door Ravello.
Geen route meer. Geen doel. Geen redelijk stukje dat nog overwonnen moet worden.
Tot Angélique ergens bij de zoveelste trap blijft staan.
“Marco?”
“Ja, zoetje?”
“Als jij daar nóg één keer naar wijst en zegt: kom, zoetje, maar een redelijk stukje…”
Ze zet haar zonnebril iets lager.
“…pak ik persoonlijk de taxi terug naar Praiano.”
Ik grijns.
“Veel plezier.”
Angélique kijkt me aan.
“Pardon?”
“Pak jij maar de taxi. Dan kan ik nog een toertje maken met de Alfa.”
"Alleen?”
“Alleen.”
Ze zwijgt even.
Ik zie die blik.
“Neenee, schatje. Niet zo kijken. Ik stuur je niet weg.”
“Werkelijk?”
“Jíj begon over die taxi.”
“Omdat jij begon over een redelijk stukje.”
Touché.
Een tijdje later zit ik alleen in de Disco Fiero.
Dak open.
Motor starten.
Ravello verdwijnt achter me en voor één keer hoef ik nergens heen.
Geen Angélique naast me die bij iedere bocht vraagt of ik zeker weet waar ik naartoe rijd.
Geen: “Marco, rustig.”
Geen: “Volgens mij moesten we daar links.”
Alleen de Alfa, de weg en dat heerlijke Italiaanse motorgeluid dat tegen de rotswanden weerkaatst.
Ik volg een weg richting de bergen.
Nog een bocht.
Nog één.
En dan zie ik het.
Ik stop.
Geen beroemde plek. Geen bordje belvedere. Geen toeristen die allemaal dezelfde foto proberen te maken.
Gewoon licht.
Bergen.
De horizon.
Ik neem mijn camera uit de wagen.
Dit is zo'n ogenblik.
Niet creëren wat mooi moet worden, maar herkennen wanneer iets mooi ís.
Ik breng de camera naar mijn oog.
Mijn telefoon trilt.
Ik negeer hem.
Nogmaals.
zzoem.
Ik zucht... en kijk.
Angélique ❤️
Ben veilig in Praiano aangekomen.
Geniet van je rit, lieverdje. ❤️
P.S. De olijfolie staat nog in Ravello.
Ik kijk nogmaals naar mijn telefoon.
Naar de bergen.
Weer naar mijn telefoon.
“Het is potverhemelste vlammen toch niet waar…”
De camera zakt langzaam naar beneden.
Weg licht.
Weg compositie.
Weg innerlijke fotograaf.
Weg Slow, Glow én Flow.
VROOOAAAM. 🏎️💨
Drie seconden later — gevoelsmatig dan — jaagt de Disco Fiero opnieuw door de bochten richting Ravello.
Voor die fles olie.
Uitsluitend voor die fles olijfolie.
Laat daar absoluut geen misverstand over bestaan.
Wnneer ik uiteindelijk terugkom bij Hotel Pellegrino staat Angélique me op te wachten.
Ze ziet eerst mij.
Dan de Alfa.
Dan de fles olijfolie.
Een tevreden glimlach verschijnt.
Tot haar blik iets verder schuift.
Naast de olijfolie staat namelijk nog iets.
Een spuitbus slagroom.
Stilte.
Angélique kijkt naar de bus.
Dan naar mij.
Weer naar de bus.
“Marco…”
“Ja, zoetje?”
“Waarom heb jij slagroom gekocht?”
“Impulsaankoop?”
“Marco.”
“Promotie?”
“Marco…”
“Calcium?”
Ze steekt haar hand uit.
“Geef hier.”
“Waarom?”
“Geef. Hier.”
Ik trek de bus tegen me aan.
“Nee.”
En precies op dat moment…
…houdt alle beschaving op.