De avond begon met de afspraak het rustig aan te doen.
Een deugd, zo noemden we het: de kunst van het uitstellen.
Na de massage en de warmte van de sauna hing er een weldadige loomheid in suite 999.
Buiten lag de zee donker onder de sterren. Binnen brandden slechts enkele lampen en kaarsen.
Maar van slapen kwam voorlopig weinig terecht.
Angélique zat op de rand van het bed toen Marco langzaam naar haar toe kwam. In zijn hand hield hij de inmiddels beruchte spuitbus slagroom.
Ze keek eerst naar hem.
Toen naar de bus.
En weer naar hem.
"Marco…”
“Ja, lieverdje?”
Dat onschuldige gezicht alleen al was voldoende reden om hem niet te vertrouwen.
Hij schudde de bus.
PSSSJT.
Een klein, perfect toefje slagroom belandde in het kuiltje tussen haar sleutelbeenderen.
De koude room deed haar even huiveren.
Marco glimlachte.
“Van een deugd een vreugd maken,” fluisterde hij.
Hij boog zich naar haar toe en liet de haast van de hele dag eindelijk achter zich.
Een zachte kus.
Nog eentje.
De tijd leek zich voor een ogenblik net zo langzaam te bewegen als de zee beneden hen.
Maar toen Marco dacht dat hij het verloop van de avond keurig onder controle had, veegde Angélique met één vinger een restje slagroom weg.
Ze keek hem uitdagend aan.
“Dus verwacht maar niet dat ik braaf op die bedrand blijf zitten terwijl jij het hele scenario bepaalt.”
Ze stond op, nam rustig de spuitbus uit zijn hand en legde hem buiten zijn bereik.
“De deugd van het wachten is voorbij?” vroeg Marco.
“Misschien.”
Ze kwam dichterbij.
“Maar wie zegt dat jíj mag bepalen wanneer de vreugd begint?”
Daar stond hij dan.
De man met het plan.
Zonder spuitbus.
Later die avond hadden het zandmannetje en Marco blijkbaar een geheim akkoord gesloten. Het zou hem zogezegd in een diepe slaap brengen.
Althans…
dat was wat Angélique moest geloven.
Hij had alleen geen rekening gehouden met haar waakzaamheid.
Want nadat zij eerder — veel te goedgelovig — had verklapt waar ze de slagroom had verstopt, zag Marco opnieuw zijn kans schoon.
Heel voorzichtig kwam hij overeind.
Nog voorzichtiger vond hij de bus.
Hij keek naar Angélique.
Geen beweging.
Een engel.
Hij glimlachte.
PSSS—
“Foei, foei, foei, Marco.”
Twee diepgroene ogen keken hem vanuit het halfduister aan.
"Verontwaardigd?
Een beetje.
"Geamuseerd?"
Veel te veel.
Marco bleef met de spuitbus in zijn hand staan als een inbreker die op heterdaad was betrapt.
“Maar lieverdje…”
“Ja?”
“Het was sterker dan mezelf.”
“Werkelijk?”
“Ik ben ook maar een mens van vlees en bloed.”
Angélique probeerde haar strenge gezicht vol te houden.
Dat lukte ongeveer drie seconden. Toen begon ze te lachen.
En daarmee veranderde opnieuw het ritme van de avond.
Want misschien was dát wel hun werkelijke deugd: niet precies weten wat de ander zou doen. Elkaar verrassen. Even uitdagen. Dan weer vertragen.
Niet het verlangen stillen,
maar het laten dwalen.
En ergens in suite 999 stond ondertussen nog een fles olijfolie.
Volkomen onschuldig.
Voorlopig.