De zon hing nog net boven de horizon toen ik de volgende bladzijde omsloeg.
Ik zat dicht tegen je aan op het voordek, mijn rug rustend tegen je borst, Verborgen schaduw open in mijn handen. Af en toe voelde ik je kin langs mijn haar wanneer je over mijn schouder probeerde mee te lezen — hoewel ik sterk vermoedde dat je vooral controleerde hoeveel bladzijden we nog te gaan hadden.
“Niet spieken, Marco.”
“Ik loer niet.”
“Je leest vooruit.”
“Dat heet belangstelling.”
Ik draaide mijn hoofd een stukje naar je toe.
“Dat heet valsspelen.”
Je glimlachte.
Achter ons gloeiden de kleine lichtjes langs het dek. Voor ons kleurde de zee rood en goud terwijl de zon langzaam tussen de rotsen verdween. Ons zeiljacht lag vrijwel bewegingloos voor anker in de beschutte baai. Alleen het zachte klotsen van het water tegen de romp herinnerde ons eraan dat we niet op het vasteland zaten.
Ik las verder.
Mijn stem mengde zich met het water. Soms voelde ik je reageren op een zin — een kleine beweging van je hand, een nauwelijks hoorbaar hm, of je borst die tegen mijn rug bewoog wanneer iets je deed glimlachen.
Eerst veranderde het rood boven de horizon in koper. Daarna in violet.
En zonder dat we het werkelijk opmerkten, werd de wereld rondom ons donkerder en mijn stem zachter.
Tot ik merkte dat je niet meer naar het boek keek.
“Marco?”
“Hm?”
“Luister je eigenlijk nog?”
“Natuurlijk.”
Ik hield mijn vinger tussen de bladzijden. “Wat heb ik dan zojuist gelezen?”
Een korte stilte.
“Was dat een controle-vraag.”
“Inderdaad.”
“Dan weiger ik op juridische gronden te antwoorden.”
Ik begon te lachen.
“Betrapt.”
Je legde je kin even tegen mijn haar.
“Het ligt niet aan jou. Ook niet aan Paul."
Kijk eens omhoog.
Ik liet het boek op mijn schoot rusten en volgde je blik.
Boven de mast verscheen de eerste ster. En daarna nog één. En nog één.
Langzaam kwamen ze overal tevoorschijn, alsof iemand boven ons één voor één kleine gaatjes in een donker doek prikte.
Verborgen schaduw bleef open op mijn schoot. Voor één keer mocht zelfs een thriller wachten.
Wanneer de nacht het verhaal overneemt.
Veel later lag het boek dichtgeslagen op het dek.
De avond was inmiddels opgehouden een avond te zijn.
De kust rondom de baai was bijna volledig donker geworden. Hier en daar brandde nog een lichtje tegen een rotswand. Boven ons stond de mast als een dunne zwarte lijn midden in een hemel die nu bezaaid was met duizenden sterren.
Adembenemende stilte
We stonden naast elkaar en keken omhoog.
“Daar word je klein van,” zei je.
“Vind je dat erg?”
“Nee.”
Je dacht even na.
“Eigenlijk vind ik dat geruststellend.”
Ik schoof mijn hand in de jouwe. Er hoefde niets achteraan. Sommige stiltes vragen niet om woorden.
Een zachte deining trok onder het schip door. Het water tikte tegen de romp en ergens verderop in de baai hoorde ik kort het metaal van een val tegen een mast slaan.
Daarna opnieuw stilte.
Tot er langzaam een zilveren gloed over het water verscheen. De maan kwam boven de rotsen uit, groot en helder, en trok een trillend pad van licht over de donkere zee.
Een groep zeemeeuwen vloog ervoor langs.
Je kneep zachtjes in mijn hand.
“Wacht.”
Ik kende die toon.
“Oh nee.”
Je liet me los en draaide je om.
“Marco…”
Maar je was al onderweg naar je camera.
“Momentopname.”
“Je zei dat je vanavond niet meer ging fotograferen.”
Je keek even over je schouder.
“Heb ik dat gezegd?”
“Letterlijk.”
"Dan beschik jij over een verontrustend goed geheugen.” Klik. Nog één. Klik.
Ik schudde mijn hoofd.
“Je bent onmogelijk.”
“Eentje nog.”
Klik.
“Dat was eentje.”
“Die telt niet.”
“Waarom niet?”
“Verkeerde belichting.”
Ik keek naar de maan, vervolgens naar jou.
“Marco…”
“Ja, Angélique?”
Ik hoefde niets meer te zeggen. Dat pokerface van je verscheen.
Precies dát pokerface.
Wanneer verbeelding werkelijkheid raakt.
Ik pakte Verborgen schaduw weer op en ging zitten.
“Kom je nog?”
“Direct.”
“Dat zei je drie foto's geleden.”
Je kwam uiteindelijk naast me zitten en ik sloeg het boek opnieuw open op de plaats waar we gebleven waren.
“Nu luister ik wel,” fluisterde je.
“Dat zei je daarnet ook.”
“Nu meen ik het.”
Ik begon opnieuw te lezen. Maar na nauwelijks een bladzijde merkte ik dat ook míjn aandacht afdwaalde.
Niet naar de thriller. Naar de nacht.
Naar de Melkweg boven de mast. Naar het maanlicht dat over het water danste. Naar de kleine warme lampjes op ons dek. Naar de stilte waarin zelfs het omslaan van een bladzijde plotseling luid klonk.
Mijn stem verstomde.
“Waarom stop je?”
Ik keek naar je.
“Omdat de nacht op dit moment een beter verhaal vertelt.”
Je keek voor ons uit.
Onder het maanlicht was aan de zijkant van onze romp vaag het logo zichtbaar.
WIB
When Imagine Begins
Je glimlachte.
“Grappig eigenlijk.”
Wat?”
“We zoeken voortdurend naar verhalen…”
Je keek naar het boek in mijn handen, daarna naar de sterren boven ons.
“…terwijl we er middenin zitten.”
Ik sloot Verborgen schaduw voorzichtig. “Dan lijkt me dit een uitstekend moment om niets meer te zeggen.
“Dat kun jij?”
Ik keek je aan.
“Wil je testen hoe lang?”
“Gevaarlijke uitdaging.”
En zowaar lukte het ons.
Een tijdje toch.
Want enkele minuten later stond je alweer recht.
Camera in de hand.
Ik zuchtte.
“Wat nu weer?”
Je wees naar de maan.
“Die vogels.”
“Die zijn allang weg.”
“Daarom moet ik wachten tot ze terugkomen.”
Ik trok het dekentje wat dichter om me heen.
“Prima. Ik ga naar beneden.”
Ik stond op, maar nog voordat ik de trap bereikte, hoorde ik achter me:
“Angélique?”
Ik keek om.
“Hmm?”
“Laat het boek liggen.”
“Waarom?”
Je hief de camera iets omhoog.
“Omdat ik morgen wil onthouden hoe deze nacht eruitzag.”
Ik keek naar Verborgen schaduw, naar het zachte licht op het dek, naar de mast die hoog boven ons tussen de sterren verdween en uiteindelijk weer naar jou.
“Marco…”
"Ja?”
“Sommige dingen hoef je niet te fotograferen om ze te onthouden.”
Daar had zelfs je pokerface even geen antwoord op.
Marco staat alleen bij de reling. Camera even onbeheerd achtergelaten. Je kijkt over het water, met de handen losjes op de reling, totaal niet bezig met hoe hij eruitziet.
Geen pokerface, want er is volgens jou niemand die kijkt.
Achter hem hoort hij alleen maar een klik. Hij draait zich om.
“Wat doe jij?”
Ze laat de camera langzaam zakken.
“Een momentopname.”
“Dat is míjn tekst.”
“Ik leen hem even.”
“Laat zien.”
“Nee.”
“Angélique…”
“Nee, Marco.”
“Waarom niet?”
Ze kijkt op het schermpje, en haar plagerige glimlach verandert heel even in iets zachters.
“Omdat ik eindelijk een foto van je heb waarop je niet probeert goed op de foto te staan.”
Stilte.
Je steekt je hand uit.
“Camera.”
Ze trekt hem tegen zich aan.
“Absoluut niet.”
“Waarom?”
“Omdat deze van mij is.”
“Mijn camera?”
“Nee, dwaas…”
Ze kijkt nog één keer naar het scherm.
“Deze Marco.”
Ik liep naar je toe, gaf je een kus en verdween benedendeks. Achter me bleef het enkele seconden stil.
En toen: Klik. Natuurlijk.
Nog één momentopname
Veel later hoorde ik je voorzichtig naar beneden komen. Niet gewoon voorzichtig.
Op je sokken.
Alsof het schip zou wakker worden wanneer je te veel lawaai maakte.
Ik lag al in bed, mijn ogen gesloten, toen ik de deur zachtjes hoorde bewegen.
Je bleef even staan.
Waarschijnlijk om te controleren of ik sliep.
Ik deed niets.
Geen beweging.
Geen woord.
Pokerface kan namelijk in twee richtingen werken, beste Marco.
Even later voelde ik het matras naast me iets zakken.
Toen fluisterde ik:
“Hoeveel?”
Je verstijfde.
“…wat?”
“Foto's.”
Een stilte die nét iets te lang duurde
“Niet zoveel.”
Ik opende één oog.
“Marco.”
“Een paar.”
“Hoeveel is een paar?”
Je draaide je naar me toe.
“Wil je het exacte aantal?”
“Nee.”
“Mooi.” Ik kroop iets dichter tegen je aan.
Boven ons lag Verborgen schaduw nog steeds op het dek, onder een hemel vol sterren.
Het verhaal in het boek was halverwege blijven steken.
Het onze gelukkig niet.
En ergens buiten trok de maan langzaam verder over de zee, terwijl drie letters op de romp zacht weerspiegelden in het water:
"WIB - When Imagine Begins"
Misschien was dat uiteindelijk de mooiste momentopname van allemaal.
Niet degene die jij met je camera had gemaakt.
Maar degene waarvoor we allebei onze ogen alleen maar hoefden te sluiten.
Het mooiste van dit is misschien nog dat Angélique hier niet alleen onderdeel van ons verhaal is. Voor heel even is zij degene die bepaalt hoe Marco in dit verhaal wordt gezien.